donderdag 20 juli 2017

Een Moldavisch uitstapje

In de Korintiën brieven heeft Paulus het over zijn zwakheid en wijsheid die voor hem belangrijk zijn. Er heerst de overtuiging dat in deze maatschappij iedereen maar een mening moet hebben. We mopperen en zeuren als het tegenzit terwijl het welzijn en niet accepteren ervan dat het er nou eenmaal bij hoort. Net als Paulus moeten we beseffen dat het bezitten van wijsheid gewijzigd wordt dankzij onze intelligentie. In de Korintiën brieven valt te lezen dat God zwakheid van de mens gebruikt om de sterken te beschermen.

De conclusie is gelegd dat kennis en wijsheid van God meer inhoudt verdient.

Herman was een man van middelbare leeftijd die jaren had gewerkt in een instelling voor gehandicapten. Bijgestaan door zijn vrouw, die advocaat was, hadden ze niet te klagen over hun inkomen. Totdat zijn vrouw eenzelfde soort baan kreeg aangeboden, in een land dat minder welvarend is dan Nederland. De reden om in Moldavië te gaan wonen was snel gemaakt, ze wilde niet gescheiden en er zou vast een mogelijkheid zijn dat Herman een soortgelijke baan in de gehandicaptenzorg kreeg aangeboden. En dat bleek haalbaar. Bovendien kom Herman met eigen ogen gaan zien hoe de voorzieningen daar waren.

Het gehandicaptenkamp bevond zich niet bij de stad, zoals in Nederland het geval was, maar op het platteland ver verwijdert van een dorp. Het cliché heerst namelijk dat een gehandicapt persoon minderwaardig is en dus afgezonderd moet worden. De mensen accepteren gewoonweg niet zoals je bent. Sindsdien had Herman er al tien jaar onafgebroken gewerkt en zodoende schetse hij wat voorbeelden hoe gehandicapte volwassenen opklimmen uit het taboe van minderwaardigheid.

Het eerste positieve voorbeeld was een eenzame man, genaamd Goli, die op zijn kamertje leefde en de Bijbel bestudeerde in zijn vrije tijd. Naar een tijdje besloot hij op zoek te gaan naar medechristenen, wat in de Moldavië cultuur niet gebruikelijk is. Het eigen initiatief en moed hebben hem veranderd, omdat zijn gevonden lotgenoten snappen wat het is om te leven met een handicap.

Het tweede positieve voorbeeld waren de twee jongvolwassenen, en man en vrouw van ongeveer 20 jaar, die gezamenlijk de avondvullende kerkdienst vulde met Bijbelteksten en muziekmakend op een trommel. Op zich niet zo bijzonder. Maar dat veranderd wanneer je gaat beseffen dat de man spraakgebrek heeft en nauwelijks een woord over zijn lippen krijgt. De vrouw daarentegen had een spastisch been en slecht gehoor. Beiden combineerden ze elkaars handicap, de vrouw vertaalde op een beeldscherm de woorden van haar echtgenoot, de man hielp zijn vrouw met het slechte gehoor door op haar schouder het ritme van de muziek aan te geven. Ze waren al elf jaar gelukkig getrouwd.

Deze twee voorbeelden bewijzen dat in het gehandicaptenkamp het christelijke geloof wordt gebruikt om een andere draai te geven aan je leven. Herman heeft tijdens zijn werk deze mooie voorbeelden mogen zien en het heeft hem duidelijk geraakt.

Tegelijkertijd schuilt er ook een gevaar schuilt er ook een gevaar dat de wijsheid van de mens te ver kan gaan. Herman volgt met regelmaat de kranten en is van mening dat Social Media ook invloed hebben op ons gedrag. In een artikel had hij gelezen over een aap uit de dierentuin die het fototoestel had gepakt dat op het muurtje van het buitenverblijf lag. Niet echt bijzonder zou je denken. Dat het beest vervolgens een selfie had gemaakt en de fotograaf zijn krant opdracht had gegeven het te plaatsen op het internet is wel wereldnieuws. Zijn de rechten van de foto opgeëist door de fotograaf of heeft de aap bewezen zijn eigen recht te hanteren?

Als God beweert het aangezicht van de wijzen te vernietigen, is het dan niet beter elkaars recht te aanvaarden? In de kerk hebben we net zo niet bereikt wanneer we als individuen het gebouw verlaten en God niet verstaan in zijn recht. In Moldavië bestaat de warme cultuur, waar het belangrijk is om prioriteit te geven aan onze relaties. In de koude cultuur mogen we leren te bouwen aan onze relaties zodat God niet een ieder apart zijn zegen uitspreekt. We zijn allen één kerk!

Kun jij een situatie geven waar je hebt ervaren dat geloven ook anders kan?

Getuigenissen en jonge moeders

Niets leek erop dat er een speciale dienst zou komen. Er gold voor de zomervakantie een aangepast rooster met daarop alle taken van de vrijwilligers. En hoe gek het ook klinkt, je wordt er op aangesproken wanneer je onaangekondigd moet bijspringen. Ik moest bekertjes vullen om het genot van drankliefhebbers te verblijden. Zelfs in de twee zomermaanden waren de schoolvakanties de reden dat het aangepaste rooster gold. Het verbod op de normale indeling was door de roostermakers niet voor niets bedacht; er waren relatief minder vrijwilligers actief.

Het aantal trouwe bezoekers bleef daarentegen gelijk, ook de bandleden bleven trouw aan hun opkomst. Naast de gedegen gitaarklanken werd het bandje ook bijgestaan door de liefdevolle alt-stem van de jonge moeder. De kinderen in de kerkzaal konden gewoon niet besluiten het gebouw te verlaten. Het aantal jonge moeders was genoeg om te beseffen dat de alt-stem de kinderen in een liefdevolle omgeving wilde houden.

De stem van Karin maakte daar opeens een einde aan.  Er moesten getuigenissen worden afgelegd, door mensen die net niet hun tranen konden bedwingen.  Het leven is meer vallen dan op te staan uit het dal. Gelukkig kwamen er geen diepbedroevende verhalen, na de dienst kon je altijd nog voor je laten bidden om rouw.

Je kon nog verder gaan bidden in het grote kamertje, al behoorde dat officieel niet meer tot het kerkgebouw.  Ik hield altijd voet bij stuk; alleen tweetalig zingen en alleen de voorkeur om de jonge vrouwen met een beetje genot te aanschouwen.

Naast dat Karin de leidende rol op zich nam, had ik als man van 34 jaar niet alléén een oogje op haar. Zij kon altijd goed luisteren en geen enkele zin liet ze inkorten. De jonge moeder met de gitaar die werd bijgestaan door de singlevrouw achter het keyboard waren van een andere slag. Voor mij een afwisseling van het vrouwelijk schoon. Straks zou de gitaarvrouw zich bij haar gezin voegen, zonder maar één ogenblik bij mijn lustgenot te hebben stilgestaan. Mijn eerdere ontmoeting met de singlevrouw, dat er een wekelijkse ontmoetingsavond met bandleden zou zijn stemde mij tevreden. Ik wilde natuurlijk wel een bijdrage leveren, ik had vroeger meegezongen in het kerkkoortje. Op mijn keyboard spelen was in weken al niet meer gebeurd. Want dat moet duidelijk zijn; het mag niet opvallen als mijn interesse verder reikt dan het mooie muziekspel.  Het idee, om mijn muzikale ervaring te delen en dus jonge vrouwen te ontmoeten kon ik moeilijk weigeren.

Maar dat had niets te doen met waar Karin mee bezig was. Een voor een kwamen de getuigenissen met soms een Bijbelvers die was blijven hangen. Het thema van de dienst was immer Getuigenis, mijn genot tot het vrouwelijk was inmiddels verdwenen.

De afsluiting met een kort liedje had een rustgevende boodschap; kan het niet beter worden, roep je gewoon DE HEER om hulp.

Na de dienst zouden de alledaagse zaken weer prioriteit krijgen, met gesprekken aan de statafels. De jonge moeders meden deze plaatsen, er moest gelet worden op de jonge kinderen. En daar hebben we ook een punt; kinderen onder de 6 jaar zijn zo speels dat wakende moedersogen  belangrijker zijn. Hierboven liepen ze wat verstandiger rond, alleen nog niet geschikt voor een praatje. De kindertijd had ik met 34 jaar ruim achter mij gelaten, afhankelijkheid van mijn ouders is niet meer nodig. Met iemand van 25 jaar kun je wel een doeltreffend gesprekje voeren.

Behalve de korte jurkjes en blousejes was de kernboodschap van de dienst hetzelfde; in het Huis van God ben je altijd welkom. In september zou het oude rooster weer ingaan. Geen zomers genot meer!

Kun jij merken dat de zomermaanden rustiger zijn in jouw kerk?

Een Amerikaanse megadienst

Wie naar een adembenemend zangconcert of vriendschappelijke voetbalwedstrijd is geweest, kent het fenomeen hemels binnenkomen in een groot stadion. In Amerika (VS) bezitten ze net zo'n enorme megachurches waar duizenden gelovigen de dienst beleven. Ten minst dat vermoed ik. In Arnhem bestaat sinds een aantal jaren net zo iets, de enige manier om met veel kerkgenootschappen het stadion vol te krijgen. De stad zit vol met kerken die eenmaal per jaar gezamenlijk een hemelse dienst organiseren.

Al twee maanden eerder was het bij mij in de kerk aangekondigd en steeds weer herhaald, vanwege de vrijwilligers die nodig waren voor de hulp met te parkeren auto's en in het stadion zelf.  In een ruimte waar de akoestiek en weidsheid enorm ver reikt, valt voor mij geen kerkdienst te beleven. Grote conferencies hebben dat gevoel minder, omdat de grote ontmoetingstent niet is verlicht en het kruis wel ergens staat opgesteld. De plakkaten van de stervende Jezus en het laatste avondmaal hangen ook ergens in deze tent. Ik ben op conferencies geweest waar de sfeer om  je te omgeven met christelijke muziek en talloze sprekers meer toepasbaar is.

Maar niemand kan ontkennen dat het succes van een stadiondienst niet gepast is. Wat al die uitbundige ervaringen na de bezocht dienst zijn, zal ik de volgende zondag bij het koffie/thee moment  wel horen. Want mijn besluit om de ze hemelse dienst over te slaan berust op de gedachte dat het Huis van God niet thuishoort tijdens een bijeenkomst van duizenden gelovigen.  Is zo'n stadiondienst niet teveel gevraagd als God je wilt bereiken in je hart? Of is het juist vergelijkbaar met die megachurches in Amerika (VS)?