woensdag 25 oktober 2017

Dromen over God

Ieder mens heeft wel een mooie droom die uit kan komen. Of de droom ook daadwerkelijk uitkomt, hangt van de situatie af. Henk had het in die zin getroffen dat de stad waarin zijn kerk stond een vredelievende plaats is geworden. Het kerkgebouw staat in een buitenwijk van Rotterdam met diverse culturen die iedere zondag de dienst bezoeken. De droom kan dus alleen werkelijkheid worden als we erin geloven en al worstelend er wat voor doen. Maar wat Henk bedoeld gaat het niet over de realiteit van alledag, het geloven in God verdient aandacht. De stad Rotterdam kwam een aantal jaren geleden slecht in het nieuws. Als kerk hebben we de kans door te bidden voor een stad waar het prettig wonen is. Minder moorden (want dat gebeurde te vaak) en meer sociaal gedrag dus. Een week later werd het werkelijkheid: het aantal moorden was gedaald en de bewoners ervoeren bovendien minder overlast van zwervers. Henk deelde het nieuws die zondag mee aan de kerkgangers die ervoor gebeden hadden. Henk had er lang genoeg voor gebeden met zijn medekerkgangers. Het applaus dat volgde maakte Henk een trotse kerkleider die hield van Rotterdam. Dit is anno 2017.

In de tijd waarin Kaleb leefde was het uitkomen van een droom minder realistisch dan vandaag. Kaleb was een man van vergeving en vernedering en had er geen moeite mee om veertig dagen door de woestijn te trekken bijgestaan door het volk. Na de veertig jaar kreeg hij dan eindelijk het sein van God om vijf jaar te strijden tegen de vijand die het hem lastig maakte. Toen Kaleb de leeftijd van 85 had bereikt vertelde hij dat het geloof in God hem een man maakte van 45 jaar. Hoe kon dat vroegen de mensen zich af? Zijn lichamelijke gesteldheid maakte hem een oude man, maar niet zijn geestelijke brein. Zijn geloof in het vergeven van God tijdens de 40 jaren in de woestijn en de 5 strijdbare jaren waren goed verlopen. Nu kon hij op oude leeftijd genieten van de belofte die Mozes hem had verteld vóór de trektocht door de woestijn: de beloofde stad Hebron was zijn land geworden. 

Heb jij weleens gedroomd van een andere wereld of koninkrijk?

woensdag 11 oktober 2017

Al 50 jaar gelovig

Kees keek met een gerimpeld gezicht en half kaal hoofd het publiek in. Ondanks zijn oude leeftijd had hij niet de ervaring om een goede preek voor te bereiden. Een beroep als dominee was niets voor hem, wel als vrijwillige kerkhelper in de kerkgemeente De Oase. Maar nu was het er toch van gekomen om voor een groot publiek te spreken.

In zijn vroegere jeugd had hij iedere zondag trouw de kerk bezocht, de regeltjes waren hem door zijn ouders ingegeven. Pas sinds twintig jaar was hij van dat strakke imago afgestapt, deze Pinkstergemeente vond hij veel vrijer met gezang en preken zonder de kerkelijke regeltjes. Het besloeg een lange periode, waarin zijn getrouwde vrouw en kind natuurlijk een rol inspeelde. Wat hem er toe dreef toch iedere zondag de kerk te bezoeken wilde hij het  publiek vertellen.

Bij Lucas 7 vers 36 tot 39 sloot hij zich aan bij de mening van de Farizeeër die Jezus niet beschouwde als profeet, ondanks dat de vrouw Jezus voeten had gezalfd met olie. Dat de vrouw het lef had genomen om dat niet eerst te vragen aan Jezus zei genoeg voor hem. Als Jezus namelijk wel een profeet was geweest, zou hij nog verder vooruit hebben gekeken en het tegen de vrouw hebben gezegd.

Wat Kees ook bewoog om een gelovige te blijven waren de zonden die in het O.T. vervuld worden met dierlijke en menselijke offers. Om een prijs te betalen zul je dus eerst iets moeten offeren. De voorbeeldfiguur Jakob die zijn eigen zoon daarom om het leven bracht vond Kees een verkeerde keuze.

Kees wilde zijn preek eindigen met wat iedere christen weet en niet over uitgepraat raakt: het koninkrijk van God. Na zijn overlijden mochten slechte invloeden van deze aarde niet meegenomen worden naar het hiernamaals. Het positieve zelfbeeld bestaat uit het verlangen op een daverend applaus van mensen bij het binnentreden in het koninkrijk En vooral het toejuichen van Jezus mag niet ontbreken. Dit gezegd te hebben gaf hij het woord aan de leider van de dienst.

Wat is jou gedachte om de kerkdienst te bezoeken?

woensdag 4 oktober 2017

Het Johannesvers

Giel en Linda woonden al vijf jaar samen in een luxe koopwoning net buiten de bebouwde kom van Amersfoort. Ze waren beiden zo druk met hun voltijdse baan en actief bij de sportvereniging, dat alleen een geplande vakantie het schema kon doorbreken. Aangezien beiden streng gelovig opgevoed waren moest bovendien de zondagse kerkdienst bezocht worden. Op de zondag werd er ook geen auto gereden en de televisie werd niet aangezet.
Na vijf jaar samenzijn besloten ze tijd vrij te maken om te gaan trouwen. Doordeweeks zagen ze elkaar te weinig.
Ze beloofden elkaar om na de trouwdag een dag minder te gaan werken zodat ze meer tijd zouden hebben voor hun hobby's.

Linda zou de achtertuin kunnen herinrichten en Giel zou in de schuur zijn verzameling modelauto's kunnen uitbreiden. Het was een goed scenario.
Het jonge koppel had de trouwerij goed voorbereid. Voor de trouwdag besloten ze het plaatselijke kasteel te reserveren. De antieke kasteelzaal met houten steunbalken en wilde dierenkoppen zou gebruikt worden het uitgenodigde publiek. Het ultieme moment, het woordje van de kasteelheer met het kusmoment zou op het aangelegde podium plaatsvinden. In de ontvangstruimte van het kasteel stond de koffietafel klaar met voor- en na de plechtigheid veel lekkers.

Alle uitnodigingen voor de feestelijke zaterdag in juni waren met zorg uitgekozen. Geen lokale Bruna of AKO winkel waar de trouwkaarten snel te koop waren, dat kon ieder mens doen. Er moest een speciale kaartontwerper worden gezocht die naast twee rondingen voor hun pasfotogezicht, ook een roosjesembleem van crêpepapier moest ontwerpen. En niet te vergeten, het Jezuskruis met twee rozentakjes aan de linker- en rechteruiteinden. Maar het belangrijkste aan de hele trouwceremonie waren de Bijbelse woorden die door Giel en Linda werden voorgelezen. Ze wilde hun gelovige achtergrond niet verbergen. Na lang zoeken, de Bijbel was hun leidraad, was Johannes 4 het meest geschikte hoofdstuk. Giel zou vanaf vers 13 tot vers 17 voorlezen, Linda zou met vers 18 eindigen.

Op de tweede zaterdag in juni regende het pijpenstelen en was het kasteelbezoek dus ideaal om dat te vergeten. Bij het verlaten van het kasteel zou het zonnetje wel weer gaan schijnen. Stipt om 11.00 uur zat de kasteelzaal bomvol, met naast familie ook collega's van het werk en van de sportvereniging. Een kleinere zaal had de het grote aantal bezoekers niet aangekund. 
De bezoekers hadden vanaf 10.30 uur kunnen genieten van een mini-rumgebakje, echte alcoholische drank zou later uit de berging worden gehaald. Op het aangelegde podium wenkte de kasteelheer, in strak gestoken kostuum en met baret, naar zich toe. Voor de ceremonie was gepland dat ze elkaar het 'Ja woord' zouden geven na het Johannesvers en de handoplegging. De levensgrote Bijbel hield de kasteelheer stevig vast, zodat Giel en Linda de betreffende Johannes verzen konden voorlezen.

Het moment tot uitspreken was aangebroken. De eerste verzen over het eeuwiglevende water werden gewoon door Giel voorgelezen. Tijdens het uitspreken besefte hij dat Linda dit toch beter had kunnen doen! Linda sprak vervolgens haar verzen uit. Vers 18 was de ontkenning dat je zonder man beter uit bent erg lachwekkend. Linda las het  vers met een licht blozen voor, waarop alle aanwezigen het aanstaande echtpaar letterlijk uitlachten. Een kwartier later moest het bruidspaar de doorgang naar de draaideuren nogal bedeesd afleggen. Gelukkig, het officiële gedeelte was achter de rug.
Het voorgelezen vers zit Linda nog steeds dwars en na lang aarzelen, heeft ze de voorgelezen tekst in een fotolijstje aan de slaapkamermuur gehangen. Een klein foutje in de voorbereiding!  

Wat is jou Bijbelvers favoriete Bijbelvers?

zondag 1 oktober 2017

Een negatieve uitslag

Jezus toespraak in Lucas 4 vers 18 en 19 vormt het hoofdgedeelte van dit korte verhaaltje. Het is nooit verkeerd te geloven dat Jezus blinde mensen kan laten zien en de nieuwe wereld er weldra aankomt.

Op een maandag moest de vader van Fredney toch echt naar het ziekenhuis. Al een paar jaar had de huisarts hem onderzocht en telkens moest hij thuis het rustig aan doen. De oude man had het namelijk aan zijn nieren. Om hem naar het ziekenhuis te sturen voor een operatie was het nog te vroeg vond de huisarts. Tot hij twee geleden hij toch het advies werd doorverwezen naar de Nefroloog omdat het onzeker was hoelang hij nog te leven had. De afspraak voor het uitgebreide scanonderzoek was snel gemaakt.

Voordat vader en zoon de hal van het ziekenhuis inliepen had de taxichauffeur zich aan zijn schema gehouden en hen bijtijds op de taxistandplaats afgezet. Wel had hij zich met hoge snelheid door het verkeer moeten banen, wegens het late tijdstip van ophalen.

Bij binnenkomst liepen bezoekers en patiënten druk door elkaar, hopelijk was het nu niet moeilijk meer de afdeling Nefrologie te vinden. Maar dat viel tegen. De lange rij voor de balie voor het maken van een ponsplaatje en eindeloos vragen naar de juiste afdeling had voor twintig minuten vertraging gezorgd. Toch kwam hij snel in een kort gesprekje met de verpleegster, hij moest met  ontbloot lichaam onder de CT-scan. De uitslag was positief, hij had een nieraandoening die kon veranderen door een niertransplantatie. Hij zou de hele dag (het was 09.00 uur 's morgens) voor uitgebreid onderzoek in een ziekenhuisbed op een kamertje blijven en geopereerd worden.

Fredney werd aangeraden naar huis te gaan, ze zouden hem wel bellen als vader voor de nacht weer opgehaald mocht worden. Maar de gelovige Fredney vertrok niet voordat hij met vader gebeden had. Het lot moest in Gods handen worden gelegd en de nieuwe wereld eveneens. Jezus had het immers aangekondigd staat in de Bijbel.

Diezelfde avond nog ging Fredney na het verlossende telefoontje van de arts zijn vader ophalen. Deze zag er in het in het ziekenhuisbed vermoeid uit, wel kon hij goed spreken en was er geen koorts. Vader legde uit dat ze een extra scan genomen hebben en er nu negatief uit kwam. Ze schijnen dat tegenwoordig vaker te doen vertelde de verpleegster.

En gelukkig had hij met zijn zoon niet voor niets gebeden en was de nieuwe wereld niet vervlogen. Elkaar omhelzend wisten ze dat de oude man niet versleten was, nu het gevaar van een niertransplantatie geweken was. Hij zou binnen twee dagen weer op krachten komen, mits hij het rustig thuis bleef zitten zei de arts. En opgelucht verlieten ze het ziekenhuis.

Het doet Fredney nog steeds goed om het betreffende Lucasgedeelte voor waarheid aan te nemen, mocht het weer achteruit gaan met vaders gezondheid. Zijn raad: Bid veel voor je zieke en geloof in het vertrouwen van God, al is het een positieve of een negatieve uitslag. Een leefwijze zoals in het Lucas 4 vers 18 en 19 staat is nooit verkeerd.