Met
een getrouwde man waren ze beiden gescheiden. Omdat ze soms voor een maand bij
haar man woonde in het Duitse Beieren, was het ook heel normaal in die plaats
de Pinkstergemeente te bezoeken. Er kwamen een kwart minder kerkgangers dan in
onze kerk, wat ze niet erg vond. Het gebruikelijke Duitse Gruß Gott vond ze veel prettiger klinken en kwam
voor haar over als een vakantiegevoel.
Maar
terug naar het verhaal. Ze had uit 2 Koningen 4 vers 1 tot 7 voorgelezen en in
de laatste zin was het woord olie te horen. De schuld die de
vrouw bij Eliza moest ondergaan,
bestond uit het verkopen van een potje olie. Maar ook in onze tijd is het
bakken van voedsel, de brandende straatlantaarns van olielampen en als zalf
voor schaafwondjes ook mogelijk. In die tijd werd dit wondermiddel gebruikt
voor andere gebruiken. De vroegere Koningen gebruikte de olie als intreding
voor een nieuwe regeerperiode. Een teken dat de heersers geloofden dat het
wondermiddel hen beschermde tegen vijanden. Dat zalven vinden we in deze tijd
ook terug in de kerk.
Het genezen van
geestelijke ongemakken en onvolkomenheden wordt toegepast in de kerk. De
gedachte dat God de mens met bloed wil wassen is een stap in je geloof durven
zetten. Om te verwachten dat God het moment kiest om in te grijpen is een
vertrouwen in zijn goedheid. Onze broeders en zusters (familieleden en
vrienden) hebben hulp nodig, maar zodra ze jou willen helpen hoeft het niet
meer. Niet doen is het devies. Gewoon toestaan dat ze ook jou mogen helpen als
het wat moeilijker gaat in je leven. Al hoeft dat natuurlijk niet met olie
gezalfd te worden. Dat is voorbehouden aan de kerk.
Wanneer ben jij voor
het laatst gereinigd van je zonden?