vrijdag 16 juni 2017

Met olie kan alles

Jeannette vertelde een heel interessant verhaal. Omdat weinig mensen haar kenden had een eerst een inleiding gehouden van 5 minuten.

Met een getrouwde man waren ze beiden gescheiden. Omdat ze soms voor een maand bij haar man woonde in het Duitse Beieren, was het ook heel normaal in die plaats de Pinkstergemeente te bezoeken. Er kwamen een kwart minder kerkgangers dan in onze kerk, wat ze niet erg vond. Het gebruikelijke Duitse Gruß Gott vond ze veel prettiger klinken en kwam voor haar over als een vakantiegevoel.  

Maar terug naar het verhaal. Ze had uit 2 Koningen 4 vers 1 tot 7 voorgelezen en in de laatste zin was het woord olie te horen. De schuld die de vrouw bij Eliza moest ondergaan, bestond uit het verkopen van een potje olie. Maar ook in onze tijd is het bakken van voedsel, de brandende straatlantaarns van olielampen en als zalf voor schaafwondjes ook mogelijk. In die tijd werd dit wondermiddel gebruikt voor andere gebruiken. De vroegere Koningen gebruikte de olie als intreding voor een nieuwe regeerperiode. Een teken dat de heersers geloofden dat het wondermiddel hen beschermde tegen vijanden. Dat zalven vinden we in deze tijd ook terug in de kerk.  

Het genezen van geestelijke ongemakken en onvolkomenheden wordt toegepast in de kerk. De gedachte dat God de mens met bloed wil wassen is een stap in je geloof durven zetten. Om te verwachten dat God het moment kiest om in te grijpen is een vertrouwen in zijn goedheid. Onze broeders en zusters (familieleden en vrienden) hebben hulp nodig, maar zodra ze jou willen helpen hoeft het niet meer. Niet doen is het devies. Gewoon toestaan dat ze ook jou mogen helpen als het wat moeilijker gaat in je leven. Al hoeft dat natuurlijk niet met olie gezalfd te worden. Dat is voorbehouden aan de kerk.

Wanneer ben jij voor het laatst gereinigd van je zonden?